Recensie: De Vliegende Hollander
Gespeeld op 28 en 29 oktober 2005
Gezien en geschreven door: Adriaan Slurink

Uithoorn – 28 en 29 oktober 2005 speelde Toneelgroep Maskerade het stuk ‘De Vliegende Hollander’ van Jan Veldman. Het was een prachtige productie waar alles in zat wat je als toneelkijker kunt ondergaan: gedegen acteerwerk, een mooi decor (met verrassende videobeelden!), en een geweldig stuk muziek ter ondersteuning van het schouwspel. Spektakel in het Alkwin dus, verzorgd door Maskerade onder regie van Evert de Vries.

Het verhaal heeft de sage van de Vliegende Hollander als basis: een overmoedige kapitein stort zijn schip en bemanning in het ongeluk door stijfkoppig de wilde zeeën te willen bedwingen. Michel Rahn liet als kapitein zien, dat hij naast een geboren typetjesspeler ook een mooie dramatische rol inhoud kan geven. Slechts door hulp van de duivel in te roepen, weet de kapitein aan de dood te ontkomen, maar in leven zijn hij en zijn bemanning ook niet meer. Sterker nog: de dood wordt steeds meer gezien als een welkome ontsnapping aan de ondraaglijke pijnen die men moet blijven doorstaan op een oneindige zwerftocht over woelige baren.

De openingsscène is onvergetelijk: omlijst met fraaie videobeelden van een zeilschip in nood, zien –en horen!- we de bemanning wanhopig vechten voor het leven. Orfee Goedkoop leidt het publiek op indrukwekkende wijze als bemanningslid en verteller in, in het verhaal. In de bewerking van Veldman wordt de sage gekoppeld aan een modern herkenbaar verhaal van individuen op een eiland, die zich een ‘goed leven’ willen verwerven. Hoogmoed en stijfkoppigheid leiden ook daar tot lijden, verderf en ondergang.

Welvaart
De kapitein kan het noodlot van zijn schip en haar bemanning slechts op één wijze afwenden: eens in de zeven jaar mag hij een paar uur aan wal. Als hij dan een vrouw weet te vinden die hem trouw wil blijven tot in de dood, zal de zwerftocht eindigen. Deze vrouw genaamd Senta, werd indrukwekkend gespeeld door Mascha Bakker. Als naïeve jongste dochter van een succesvolle hoteleigenaar brengt zij het hoofd op hol van dichter Jonathan. Joost Wagemaker maakte van Jonathan, zijn beste rol ooit: een waardig afscheid. Als Senta verliefd wordt op een schilderij van de kapitein, laat Jonathan noodgedwongen zijn liefde voor haar varen. Hij kiest voor haar zus Elisa, die hem al aanbad. Daarmee verliest hij echter ook zijn onschuld en wordt deel van de corrupte, kleingeestige welvaart zoekende maatschappij. De wulpse, wereldse Elisa werd door Margriet Slurink fraai vertolkt.

Senta stort met haar trouw aan de kapitein al haar geliefden in het verderf: het hotel van haar vader stort in, tijdens de bruiloft van haar zus, die omkomt. Dit alles, omdat de architect in zijn hoedanigheid van kwade genius en orakel haar vervloekt vanwege het feit dat zij ook hem afwijst. Wat een mooie rol zette Nico Tijsterman weer neer als deze architect! Senta leeft ondertussen als kluizenaar door aan het strand, dicht bij haar zeeman. Door alle ontberingen die zij zichzelf en haar naasten aandoet vanwege haar liefde en trouw voor de kapitein wordt zij zo langzamerhand een ‘heilige’. Op een gegeven moment krijgt ze zelfs genezende krachten. Dit wordt het meest in treffend beeld gebracht als zij een klein meisje tot leven wekt. De negenjarige Iris Slurink speelde dit meisje en maakte zo een aandoenlijk debuut. De roem als genezer snelt Senta vooruit: zij trekt steeds meer zieken. Dit wordt na het instorten van het toeristen trekkende hotel een volgende topattractie die de cynische wethouder gaat exploiteren voor de ‘welvaart van het eiland’. Als iemand zo’n wethouder goed kan neerzetten, dan is het Jasper Buffing wel, zo bleek.

Erna van Lent en Leon Pothuizen –die ook tekende voor de indrukwekkende muzikale omlijsting- maakten een echt paar van de bourgeoisie ouders van Senta en Elisa. Omdat Senta’s vader Frits een hersentumor heeft, bedenkt haar moeder als laatste redmiddel dat een bezoek aan de ‘verloren’ dochter wel eens genezing zou kunnen brengen. Als hij ‘aan de beurt’ is in de genezingsshow die de wethouder er van gemaakt heeft, dan is het echter het moment dat de Vliegende Hollander weer even aan wal mag. Zijn geliefde Senta gaat vervolgens met hem aan boord, de zieken -waaronder haar vader- in vertwijfeling achterlatend. Het gedoemde schip vergaat vervolgens toch nog. Van Senta en haar kapitein werd nooit meer wat gevonden of vernomen. De bemanning leefde lang, maar stierf gelukkig…

Een voorstelling als de Vliegende Hollander bewijst weer eens dat er in Uithoorn écht te genieten valt op cultureel gebied. Reden te meer om uit te zien naar de volgende voorstelling in het voorjaar van 2006!