Eigenzinnige Meeuw ontroert

Speelde Toneelgroep Maskerade vorig najaar nog de Carrousel der Liefde, afgelopen weekend 6 en 7 mei bracht het gezelschap wederom een carrousel ten tonele maar dan één der mislukte liefdes: Een Meeuw van Tsjechov. Regisseur Bas Keijzer koos dit stuk voor zijn avondvullend regiedebuut bij Maskerade. Als 16-jarige debuteerde hij als acteur bij de vereniging, en nu, na 35 jaar, wilde hij per se deze toneelklassieker cadeau doen aan Maskerade. Omdat het over theater gaat, over spelen, over het leven, over geluk en ongeluk, over hemzelf, over ieder van ons. Keijzer heeft er een eigenzinnige Meeuw van gemaakt: danig ingekort, naar de huidige tijd gehaald, en aangenaam opgefrist. Zijn visie en keuzes kwamen de voorstelling zeer ten goede.

De personages, uit het artistieke milieu inclusief entourage, worstelen met de zin van hun bestaan, kijken met spijt terug op het verleden, zijn onmachtig er in het hier en nu iets van te maken, en hunkeren naar een ander, mooier leven. Tevergeefs, helaas. Op het podium nog een ander, kleiner podium waarop ook gespeeld wordt. Het zorgt voor een interessante dubbele laag: Wat is echt? Wat is gespeeld? Wie zijn we? Wie willen we zijn? Hoe willen we dat anderen ons zien? En in hoeverre lukt het ons te zijn wie we ten diepste niet zijn? En wat als we ons realiseren dat we verdwaald zijn in ons eigen leven?

Verloren illusies
Een Meeuw toont ons een zomervakantie op het platteland, van Arkadina, gevierd actrice maar inmiddels op haar retour, energiek gespeeld door Sabine van Keulen. Zij wordt vergezeld door haar minnaar, de niet heel succesvolle auteur Trigorin, mooi ingehouden en met de nodige ironie neergezet door Ronnie Baur. De zoon van Arkadina, Kostja, een overtuigend weerbarstige rol van Bas van Dijk, is beginnend toneelschrijver en heeft een uitdagend manifest voor het nieuwe toneel geschreven voor zijn buurmeisje en vriendinnetje Nina dat actrice wil worden, subtiel en sensitief gespeeld door Iris Slurink. De ambitieuze Nina echter bewondert Trigorin en vertrekt met hem naar de grote stad om voor haar kansen te gaan. Dit tot groot verdriet van Kostja. Enige jaren later zien we hoe deze zomer een keerpunt is geweest in de levens van de personages en hoeveel illusies er verloren zijn gegaan. Nina keert terug als mislukt actrice en vereenzelvigt zich verward met de meeuw die Kostja twee jaar daarvoor als waarschuwing had gedood. Kostja smeekt Nina om te blijven maar zij weigent en vertrekt, Kostja in ongeluk achterlatend. Niet veel later volgt een schot.

Dialogen
Niet onvermeld moge blijven een tweetal speciaal bijzondere momenten in de voorstelling. De dialoog aan het einde van het tweede bedrijf, waarin Nina schrijver Trigorin bewonderend bevraagt over de creativiteit en over het kunstenaarschap was zeldzaam mooi door de verstilling. De dialoog tussen Kostja en Nina aan het einde van het stuk, op het kleine podium, ieder voor een eigen microfoon, bijna alsof ze niet speelden, was adembenemend. Ook door de ‘freeze’ van de overige acteurs en de diepe stilte. Ontroerend!

Nico Tijsterman speelde een mooi relativerende dokter Dorn, Jan Vork rentmeester Sjamrajev, die voortdurend aandoenlijk de plank misslaat met zijn misplaatste humor. Tonny Jansen in de rol van Sorin, prachtig, nog steeds hopeloos hunkerend naar een leven dat niet was en maar niet wil komen, Natalie Bakker als Polina, roerend in haar vlucht uit haar huwelijk met Sjamrajev, in de armen van dokter Dorn. Helen van der Zwaard als Masja, geloofwaardig in haar dronken wanhoop, en Joost Wagemaker in de rol van Mjedvjedjenko, standvastig in zijn liefde voor zijn vrouw Masja die juist smacht naar Kostja. Allen namen adequaat de ondersteunende rollen voor hun rekening. En zoals altijd bij Maskerade was het ook achter de schermen – dit keer wat meer voor en naast de schermen – dik in orde. Een Meeuw smaakte in alle opzichten naar meer.